Welke factoren spelen een rol bij mijn AHM-waarde?
Verschillende factoren kunnen invloed hebben op je AMH-waarde. Uit onderzoek blijkt dat vooral genetische aanleg en omgevingsfactoren de grootste rol spelen. Daarnaast zijn er studies die een verband aantonen tussen een lagere AMH-waarde en zaken zoals het gebruik van hormonale anticonceptie, roken, een hoger BMI of zelfs overmatige fysieke inspanning2,3.
Zoals je waarschijnlijk weet, daalt de AMH-waarde bij iedereen naarmate de leeftijd stijgt. Toch is het belangrijk om te beseffen dat er bijna nooit één enkele oorzaak is. Wanneer je AMH-waarde lager of hoger is dan verwacht voor je leeftijd, gaat het meestal om een multifactoriële puzzel waarin verschillende invloeden samen een rol spelen.
AMH-waarde en slaagkansen: we go way back
De AMH waarde kreeg pas echt bekendheid na onderzoeken in de vroege jaren 2000. In die studies leek een lagere AMH waarde samen te hangen met minder eicellen, een lagere bevruchtingsgraad en een kleinere kans op zwangerschap binnen IVF trajecten.
Volgende richtlijnen werden in deze onderzoeken opgesteld:
AMH-waarde (ng/ml)
AMH-waarde (ng/ml)
≥ 3.5
Verhoogde waarde
1.0 – 3.5
Normale waarde
< 1.0
Verlaagde waarde, lagere slaagkans op medisch vruchtbaarheidstraject
Tot op heden worden deze richtlijnen vandaag in de Westerse fertiliteitsklinieken als belangrijkste voorspellende waarde voor ovariële reserve gebruikt.
Kritische oog op de bovengenoemde evidentie
De huidige richtlijnen rond de AMH waarde steunen op de eerder vermelde onderzoeken. Het gaat daarbij om observationele studies, wat betekent dat de bewijskracht en praktische toepasbaarheid ervan beperkt zijn. Toch zorgden juist deze onderzoeken ervoor dat de AMH waarde jarenlang werd beschouwd als dé referentie om de ovariële reserve te bepalen.
Is de AMH-waarde de enige voorspeller?
Het zou nogal kort door de bocht zijn om één enkele klinische waarde als dé voorspeller te zien voor de kans op een succesvolle ovariële reserve. Een vrouw is nu eenmaal een complex samenspel van hormonen, iets wat de meeste mannen — en eerlijk, misschien zelfs sommige vrouwen 😉 — nooit helemaal zullen doorgronden.
Andere belangrijke pijlers die vaak gebruikt worden om de kwaliteit en kwantiteit van de eicelreserve te beoordelen zijn onder meer:
- Het follikel stimulerend hormoon (FSH)
- Antrale follikelmetingen (AFC)
- Estradiol (E2)
- Inhibine B
Follikel stimulerend hormoon (FSH)
FSH wordt gemeten op dag 2 of 3 van je cyclus. Een hogere waarde betekent dat de eierstokken meer stimulatie nodig hebben om een eicel te laten rijpen, wat kan wijzen op een kleinere eicelreserve.
Een review van Scott et al. (Fertil Steril, 2018) beschreef dat een verhoogd basaal FSH correleert met een verminderde eicelrespons, maar dat het een lagere voorspellende waarde heeft dan AMH of AFC. Bovendien wordt deze waarde sterk beïnvloed door estradiol (E2)5.
Antrale follikelmeting (AFC)
De AFC wordt bepaald via een vaginale echo in de vroege follikelfase, meestal tussen dag 2 en 5 van de cyclus. De arts telt daarbij het aantal zichtbare follikels van 2 tot 10 millimeter.
Uit onderzoek van Broer et al. (2014) blijkt dat de klinische waarde van AMH en AFC vergelijkbaar is6,7. Wel is het goed om te weten dat de uitslag licht kan variëren afhankelijk van de ervaring van de echografist.
Estradiol (E2)
Estradiol is het belangrijkste oestrogeen, geproduceerd door de follikels in de eierstokken. Het wordt meestal op dag 2 of 3 van de cyclus gemeten, samen met FSH.
Wanneer E2 in deze vroege fase te hoog is, kan het FSH kunstmatig onderdrukken en zo een verminderde eicelreserve maskeren. Estradiol wordt daarom vooral gebruikt om FSH correct te interpreteren, niet als op zichzelf staande maat voor de ovariële reserve.
Inhibine B
Inhibine B is een hormoon dat wordt aangemaakt door de granulosa cellen van de kleine, groeiende follikels in de eierstokken. Het remt de afgifte van FSH door de hypofyse en weerspiegelt zo hoe actief de eierstokken op dat moment zijn.
Een lage inhibine B waarde op dag 2 of 3 van de cyclus wijst vaak op een verminderde eicelreserve, omdat er minder follikels zijn die dit hormoon produceren. In combinatie met de AMH waarde en AFC meting kan inhibine B waardevolle extra informatie geven over de ovariële reserve.
Huidige evidentie rond de AHM-waarde en vergelijkbare metingen
De wetenschap staat niet stil. De beste resultaten ontstaan wanneer we de actuele richtlijnen voor goede wetenschappelijke evidentie nauwgezet opvolgen.
Zoals je je kunt voorstellen, tonen recente onderzoeken aan dat eerdere studies met lage methodologische kwaliteit nu meer genuanceerd bekeken worden.
Een systematische review en meta-analyse uit 2024 concludeert dat zowel de AFC als het AMH de beste voorspellers zijn voor zowel een lage als een hoge respons op stimulatie. De studie pleit ervoor modellen te ontwikkelen die AMH en AFC samen inzetten om de ovariële reserve te voorspellen8.
Een andere systematische review uit 2024 plaatste het kritische vergrootglas op de AMH-waarde. Zo benadrukten ze dat AMH weliswaar “robust” is als marker voor de eicelvoorraad, maar dat de praktische voorspellende waarde ervan voor zwangerschap nog beperkingen kent9
Wat betekenen deze waarde nu eigenlijk voor mijn kinderwens?
De AMH waarde, AFC, E2, FSH en Inhibine B geven samen een beeld van je eicelvoorraad. Ze helpen om zo betrouwbaar mogelijk in te schatten hoeveel eicellen er nog zijn. Maar – en dit is belangrijk – ze zeggen niets over de kwaliteit van die eicellen.
Voor een zwangerschap heb je uiteindelijk maar één eicel nodig, maar wel eentje van goede kwaliteit.
Het mooie is dat je op elke leeftijd de kwaliteit van je eicellen kunt verbeteren. Met de juiste levensstijl en gerichte ondersteuning kan je binnen drie maanden al verschil maken.
Conclusie
Laat jouw slaagkansen op een fertiliteitstraject niet bepalen door een enkele waarde. De AHM-waarde en AFC-waarde samen gemeten geven een meer bertrouwbaar beeld dat de uitkomst zal bepalen, rekening houdende met andere hormonen zoals FSH en E2 die dit proces cyclisch beïnvloeden.
Evidentie is sterk aanwezig dat levensstijl aanpassingen een invloed op de ovariële reserve kunnen hebben, ook bij vrouwen ouder dan 35 jaar.
De kwaliteit van de eicel is uiteindelijk de meest belangrijke waarde die onder meer de uiteindelijke slaagkans van bevruchting gaat bepalen. Beter één goede eicel dan tien eicellen van slechte kwaliteit. De invloed van levensstijl op de kwaliteit van de eicellen is enorm groot, een behandelplan kan altijd effect hebben op drie maanden.
Voor meer informatie over jouw werkelijke ovariële reserve, eicelkwaliteit en levensstijlinterventies om hiermee aan de slag te gaan, kan je terecht bij Ferty.
Bronnen:
1: Shahrokhi, S. Z., Kazerouni, F., & Ghaffari, F. (2017). Anti-Müllerian Hormone: genetic and environmental effects. Clinica Chimica Acta, 476, 123–129.
2: Werner, L., Van Der Schouw, Y. T., & De Kat, A. C. (2024). A systematic review of the association between modifiable lifestyle factors and circulating anti-Müllerian hormone. Human Reproduction Update, 30(3), 262–308.
3: Dólleman, M., Verschuren, W. M. M., Eijkemans, M. J. C., Dollé, M. E. T., Jansen, E. H. J. M., Broekmans, F. J. M., & Van Der Schouw, Y. T. (2013). Reproductive and Lifestyle Determinants of Anti-Müllerian Hormone in a Large Population-based Study. The Journal Of Clinical Endocrinology & Metabolism, 98(5), 2106–2115. https://doi.org/10.1210/jc.2012-3995
4: Gruijters, M. J., Visser, J. A., Durlinger, A. L., & Themmen, A. P. (2003). Anti-Müllerian hormone and its role in ovarian function. Molecular And Cellular Endocrinology, 211(1–2), 85–90.
5: Ulrich, N. D., & Marsh, E. E. (2019). Ovarian Reserve Testing: A Review of the Options, Their Applications, and Their Limitations. Clinical Obstetrics & Gynecology, 62(2), 228–237.
6: Lekamge, D. N., Barry, M., Kolo, M., Lane, M., Gilchrist, R. B., & Tremellen, K. P. (2007). Anti-Müllerian hormone as a predictor of IVF outcome. Reproductive BioMedicine Online, 14(5), 602–610.
7: Broer, S. L., Broekmans, F. J., Laven, J. S., & Fauser, B. C. (2014). Anti-Müllerian hormone: ovarian reserve testing and its potential clinical implications. Human Reproduction Update, 20(5), 688–701.
8: Salemi, F., Jambarsang, S., Kheirkhah, A. et al. The best ovarian reserve marker to predict ovarian response following controlled ovarian hyperstimulation: a systematic review and meta-analysis. Syst Rev 13, 303 (2024)
9: Iwase, A., Asada, Y., Sugishita, Y., Osuka, S., Kitajima, M., & Kawamura, K. (2023). Anti‐Müllerian hormone for screening, diagnosis, evaluation, and prediction: A systematic review and expert opinions. Journal Of Obstetrics And Gynaecology Research, 50(1), 15–39.